4.8 Trusted Shops 22.167 reviews
Betrouwbare levering uit eigen voorraad door PostNL
Voor 23:00 besteld, is morgen in huis
Gratis verzending vanaf €55,-
Betrouwbare levering uit eigen voorraad door PostNL
4.8 Trusted Shops 22.167 reviews
Vandaag besteld is vandaag verzonden

Elzasser pizza

Flammkuchen komt uit de Elzas, het grensgebied tussen Frankrijk en Duitsland, en is eigenlijk zo simpel dat je je afvraagt waarom je het niet vaker maakt. Het deeg heeft geen gist nodig, de bereiding is snel en het resultaat is een krokante bodem met een smeuïge laag crème fraîche, zoete ui en gerookte spekjes. Gebruik een goede snijplank om de ui en spekjes netjes voor te bereiden, zodat alles gelijkmatig gaart. Dit recept werkt perfect als borrelhap, lichte maaltijd of een gezellig gerecht om samen te delen.

Recept

Elzasser pizza

Flammkuchen is de Elzasser versie van pizza: dun, knapperig en belegd met crème fraîche, ui en spekjes. In een halfuur op tafel en altijd raak.

Gang Hoofdgerecht
Keuken Frans-Duits (Elzas)
Porties 2 personen

Bereidingstijd

Bereidingstijd 20 min
Oventijd 12 min
Totaal 32 min

Benodigdheden

  • Oven
  • Bakplaat of pizzasteen
  • Deegroller
  • Mengkom
  • Snijplank
  • Scherp mes
  • Bakpapier

Ingrediënten

  • 250 g bloem (plus extra om te bestuiven)
  • 100 ml lauwwarm water
  • 2 el olijfolie
  • 1 tl zout
  • 150 g crème fraîche
  • 75 g zure room
  • 2 uien
  • 150 g gerookte spekjes (lardons)
  • 1 snuf nootmuskaat
  • Versgemalen zwarte peper
  • 1 el bieslook (fijngehakt)

Hoe maak je een klassieke Flammkuchen?

    1. Verwarm de oven voor op 250 graden (boven- en onderwarmte). Leg een bakplaat of pizzasteen alvast in de oven zodat die goed heet wordt. Een hete ondergrond zorgt voor een krokante bodem van onderaf.
    2. Maak het deeg: meng 250 g bloem, 1 theelepel zout, 2 eetlepels olijfolie en 100 ml lauwwarm water in een kom. Kneed dit 3 tot 4 minuten tot een soepel, niet-plakkerig deeg. Het deeg heeft geen gist nodig en hoeft niet te rijzen, want de kracht zit in de dunne uitrolling.
    3. Verdeel het deeg in twee gelijke ballen. Rol elke bal op een licht bebloemd werkvlak zo dun mogelijk uit, tot ongeveer 2 mm dikte en een ovale of rechthoekige vorm. Hoe dunner het deeg, hoe knapperiger het eindresultaat.
    4. Snijd de ui in dunne halve ringen en de gerookte spekjes in smalle reepjes. Doe dit op een schone snijplank. Dunne ui gaart snel in de hete oven en karamelliseert licht zonder te verbranden.
    5. Meng de crème fraîche met de zure room, een snuf nootmuskaat, peper en een heel klein beetje zout. Spek is al zout, dus overdrijf hier niet. Smeer dit mengsel dun en gelijkmatig over het uitgerolde deeg, laat een kleine rand vrij.
    6. Verdeel de uiringen en spekjes gelijkmatig over de crème fraîche. Druppel nog een klein scheutje olijfolie over de topping zodat de ui niet uitdroogt tijdens het bakken.
    7. Schuif de flammkuchen voorzichtig op de hete bakplaat of steen in de oven. Bak 10 tot 12 minuten tot de randen goudbruin en knapperig zijn en de spekjes beginnen te kleuren. Houd de oven in de gaten want bij 250 graden gaat het snel.
    8. Haal de flammkuchen uit de oven, bestrooi direct met versgehakte bieslook en snijd in punten of rechthoekige stukken. Serveer meteen, want de knapperigheid is het lekkerst als ie net uit de oven komt.

Het geheim van een goede flammkuchen zit in twee dingen: het deeg zo dun mogelijk uitrollen en de oven écht goed voorverwarmen. Een koude bakplaat geeft een slappe bodem, een gloeiend hete plaat geeft je die kenmerkende knapperigheid. Rol het deeg rustig uit en draai het tussendoor een kwartslag, zodat je een gelijkmatige dikte krijgt. Gebruik je een pizzasteen, laat die dan minstens 30 minuten opwarmen. Snijd de ui zo fijn mogelijk voor een gelijkmatige garing en meng de crème fraîche niet te dik, anders wordt de bodem zacht. Minder beleg is hier echt meer.

De klassieke versie is met spek en ui, maar flammkuchen leent zich goed voor variatie. Probeer een vegetarische versie met gegrilde courgette, feta en verse tijm. Of ga voor een zoete variant als dessert met appel, kaneel en een lepel honing over de crème fraîche. Restjes deeg kun je een dag bewaren in de koelkast, goed ingepakt in plasticfolie. Gebakken flammkuchen eet je het liefst meteen, want door vocht van het beleg wordt de bodem snel zacht. Maak je het voor meer mensen, verdubbel dan gewoon de ingrediënten en bak de flammkuchen om beurten.